wagges effe
Ja, beste mensen, ook in Weert gebeuren er soms dingen die je graag alleen in de vorm van fictie wil
lezen. Mensen die door geweldsdelicten om het leven komen, zwarte ratten die buurten teisteren, wiet-
plantages, inbraken, pyromanen die kicken op het in de hens steken van auto’s en contactverboden die
volgen op echtelijke ruzies.
Weert is een stad met een dorps karakter, wordt altijd gezegd. Maar ook in lieflijke, groene dorpen waar
Sinterklaas tijdelijk de pepernotenscepter zwaait, gebeuren nare dingen. Sommigen beweren dat het hy-
pocriet is om te zeggen dat de bovenstaande dingen ‘vreselijk’ zijn en dat je er een nacht niet van slaapt,
terwijl aan de andere kant van de wereld zelfmoord bommen aan de orde van de dag zijn. Hypocriet, om-
dat wij Weertenaren gewoon doorbladeren en nippen aan ons verfijnde kopje espresso als we in de och-
tendkrant zulke berichten lezen, terwijl we wel ineens oh en ah roepen tegen mede-bakkerijbezoekers als
er een geweldsdelict plaatsvindt in ons aller Moesel.
Dat dorpse karakter is misschien wel de oorzaak van het feit dat er nog altijd wekelijks autobranden zijn.
Een pyromaan vindt een grote stad veel te onoverzichtelijk. Daar wordt minder aandacht besteed aan
een op vuur geilende narcist; waarschijnlijk omdat in een grote stad moorden en ander menselijk leed
aan de orde van de dag zijn en hij daardoor niet de aandacht krijgt waarnaar hij zoekt. Dus hij zoekt het in
een gemeenschap waar lekker veel wordt gekletst en geroddeld en waar je mensen nog écht raakt door
een autobrandje, want daar kickt hij op. Misschien heeft u vanmorgen wel naast hem gestaan bij de bak-
ker en keek hij, toen u naar buiten liep, in welke auto u stapte om te beoordelen of deze brandwaardig
genoeg is of niet.
Nou, ik heb mijn garage inmiddels opgeruimd en de troep die dat opleverde succesvol verkocht op een
kofferbakmarkt – misschien wel een idee om zoiets te organiseren op het braakliggende oud-Sporthal-
Leuken-terrein? - zodat m’n Yarisje ’s nachts lekker binnen kan staan. Everybody happy (oké, die pyroma-
nen misschien niet) en ik slaap wat geruster.
Maar is de Weerter bevolking wel dorps? Heeft zij gelijk als men zegt dat je ook gewoon niet moet gaan
pinnen midden in de nacht? Is dat dan inderdaad vragen om moeilijkheden? Is een kort rokje over mooie
benen ook vragen om moeilijkheden? Of moet dat, juist in een gemoedelijk stadje als Weert, gewoon
allemaal wél kunnen? Zit het soms in de Weerter aard om zich op donkere dagen terug te trekken in
berolluikte huizen, de auto veilig in de opgeruimde garage te parkeren en bij de bakker verzuchten waar
het allemaal heen moet met deze stad als onze buurman een wietplantage blijkt te hebben? Denken wij
misschien te goed over onszelf en onze plaatsgenoten? Zo van: ôs Jan doet zoiets toch niet….
Nou, we zullen nog wel eens zien welke Weertenaren de roe krijgen en wie de gard. Ik heb in ieder geval
braaf Sinterklaasliedjes gezongen de afgelopen weken. En u? Heeft u de schoen gezet? Maar dan niet
mopperen hè, als u tijdens het avondrondje met de hond ‘onfrisse’ figuren ziet rondstruinen door steeg-
jes en over daken. Want in deze tijd van het jaar mag dat…zónder lucifers, dat dan weer wel.
Suzanne Wolter
Misschien heeft u vanmorgen wel naast hem gestaan bij de
bakker en keek hij, toen u naar buiten liep, in welke auto u
stapte om te beoordelen of deze brandwaardig genoeg is of niet.
39
Over dorpsigheid, pyromanen
en pepernotenscepters