Weert Magazine
Bernard Timmer (54): ‘Dakloos, Door Ton Adriaens mooi mens Dakloos Kun je beschrijven wat er gebeurde op de dag dat je dakloos werd? Precies weet ik het niet meer. Het was ergens in maart 2013 maar ik heb de herinnering verdrongen. Ik woonde in Stramproy in een huurhuis van woningstichting St. Jozef. Omdat mijn financiële situatie een puinhoop was, had ik een bewindvoerder. Mijn uithuiszettingsdatum was bepaald en veel van mijn spullen zaten in opslag. Mijn boeken had ik ondergebracht bij mijn jongste zus. Op die bewuste dag moest ik mijn sleutels inleveren, werd het slot vervangen en stond ik op straat met een grote boodschappentas van de Jumbo en een rugzak. Daarin zaten wat persoonlijke spulletjes en wat kleding en dat was het. De hele situatie reduceerde mij tot een soort zombie. En dan? Waar ga je dan naar toe? Mijn bewindvoerder had al het contact gelegd met het Zelfregiecentrum aan de Roermondseweg in Weert. Van daaruit werd ik de eerste tijd ’s nachts ondergebracht in de daklozenopvang aan de Wilhelminasingel en daarna naar een kamer van een van de door het Zelfregiecentrum (ZRC) gehuurde woningen. Dat zijn kamers voor de nacht en het is niet de bedoeling dat je je spullen daar laat. Iedere dag meld je je bij het ZRC, zij bepalen welke kamer je krijgt en geven je de kamersleutel mee. Precies om acht uur ’s avonds moet je je daar melden en ’s morgens moet je weer de straat op en naar het ZRC waar je de sleutel weer moet inleveren. Er wordt zoveel mogelijk gerouleerd zodat je je niet gaat settelen of hechten aan een bepaalde woning. Mijn huisgenoten voor de nacht waren vaak verslaafden. Zelf heb ik nooit gebruikt maar ik ben nogal makkelijk in de omgang en had daar totaal geen moeite mee. Mijn geluk was dat ik via een gastouderbureau de zorg op me had genomen voor mijn achternichtjes omdat beide ouders werkten. Zo had ik een zinvolle dagbesteding en was ik overdag onder de pannen. Rond vijf uur moest ik dan weer als een hazewind naar het ZRC voor een sleutel en een diepvriesmaaltijd. Enkele keren was ik te laat voor een sleutel en heb ik de nacht doorgebracht in een bushokje. Later kreeg ik via Moveoo, een organisatie voor maatschappelijke opvang, een trajectkamer toegewezen voor de duur van 12 weken. In die periode werd bekeken of ik in aanmerking kwam voor een definitieve woning en werd voor mij een traject bij Werk. Kom uitgezet. Ik kreeg coachingsgesprekken en sollicitatietrainingen en werd tijdelijk ingezet op de werkvloer bij de Risse. Een echte baan heeft het niet opgeleverd. Sinds drie jaar woon ik in deze flat op Graswinkel. Ik zit nog steeds in de schuldsanering en mijn bijstandsuitkering wordt beheerd door een bewindvoerder. Mijn dagen besteed ik nu onder andere aan het lesgeven aan vluchtelingen en immigranten. Zij komen op vrijwillige basis naar het ZRC waar ik hen lessen Nederlands en Engels aanbied. Ook heb ik mantelzorg verricht bij de vrouw en dochter van een goede vriend van mij die na een lang ziekbed onlangs is overleden. Verder kom ik regelmatig in de leeszaal van de openbare bibliotheek. Ik hoop ook daar ooit taallessen te mogen geven. Aantal daklozen verdubbeld Het aantal daklozen in Nederland is explosief toegenomen. In zeven jaar tijd steeg het aantal daklozen met 60 procent tot ruim 30.000 blijkt uit cijfers van het CBS. Daarvan verblijft bijna de helft in één van de vier grote steden. In Weert maakten in 2017 zesenvijftig dak- of thuislozen gebruik van ‘Een Bed voor de Nacht’ in de flexibele logeeropvang. De stijging van het aantal dak- en thuislozen in Nederland is voor een groot deel te wijten aan de economische crisis en de ontwikkelingen op de woningmarkt. Huurprijzen stijgen terwijl tegelijkertijd het besteedbaar inkomen van mensen die van een minimumloon of een uitkering afhankelijk zijn, de afgelopen tien à vijftien jaar nauwelijks is verhoogd. Mensen kunnen de huur niet meer opbrengen en gaan dan tijdelijk wonen op een camping of een poosje bivakkeren in de auto totdat dat niet meer gaat. De stap naar dakloosheid is dan snel gezet. Staatssecretaris Blokhuis: “Het staat als een paal boven water dat er in Nederland niemand op straat moet slapen vanwege geld. Dat mag in een rijk land als Nederland nooit een discussie zijn.” Gemeenten moeten volgens hem méér in overleg met woningcoöperaties om woonruimten te reserveren voor degenen die buiten de boot vallen. Wat ging eraan vooraf? Wat waren de problemen die ertoe leidden dat jij dakloos werd? Ruim dertien jaar had ik gewerkt bij Winters Frisdranken in Maarheeze maar ik stompte daar steeds verder af. Het arbeidscontract werd met wederzijds goedvinden ontbonden. Ik woonde weer bij mijn ouders in Stramproy en toen mijn vader overleed en de relatie met mijn toenmalige vriendin stuk liep, raakte ik in een depressie. Daar kwam nog bij dat mijn oudste zus na haar scheiding in ernstige problemen raakte en uit haar huis werd gezet. Samen met haar twee jongste kinderen trok ze bij ons in. Mijn moeder was al behoorlijk op leeftijd en besloot te verhuizen naar een bejaardenwoning elders in Stramproy. Mijn zus en ik zouden de woonkosten samen delen maar zij kwam haar verplichtingen niet na. Tot overmaat van ramp stemde ik er in mijn naïviteit ook nog mee in dat een neef mijn adres als postadres gebruikte. Toen de officiële instanties daar achter kwamen moest ik met terugwerkende kracht de ontvangen huursubsidie terugbetalen. Ook met het gastouderbureau waren er problemen op financieel gebied ontstaan waardoor de gemeente mijn bijstandsuitkering tijdelijk stopzette. Dan kom je in een situatie waarin je het ene financiële gat met het andere Als ik zijn flatje binnenstap is het eerste wat opvalt de ontstellend grote hoeveelheid boeken; in de gang, in de woonkamer, in de slaapkamers. Het blijken er ruim drieduizend te zijn. Wereldliteratuur in diverse talen, geschiede- nisboeken, geografie, archeologie, te veel om op te noemen. Sinds drie jaar heeft hij deze woonruimte, zit hij nog steeds in de schuldsanering en moet hij rondkomen van zestig euro per week. Zijn verschijning doet mij denken aan Walter de Rochebrune, een typetje eind vorige eeuw gespeeld door Wim de Bie. Een morsige maar welbespraakte zonderling. Dat het appartementje een slordige indruk maakt, is een understatement. Hij ‘verexcuseert’ zich met: “Let maar niet op de rommel.” Het leven heeft diepe sporen achtergelaten in zijn gezicht maar ook in zijn ziel, zo zal later blijken. Behalve met boekenkasten staan de kamers vol met kringloopmeubels. Bernard rookt als een ketter en is verslaafd … aan cafeïne! 16
RkJQdWJsaXNoZXIy MjQ4MzM=